Zo gaat boodschappen doen met een dreumes

boodschappen

Ik haal mijn boodschappen vaak nadat ik Nomi naar de peuterspeelzaal heb gebracht. Samen met Lenn dus. Nomi vindt het namelijk niet leuk om boodschappen te doen, en met één kind is het ook wat makkelijker dan met 2. Of nou ja, makkelijk… Lenn trekt vaak zijn eigen plan in de supermarkt.

Het karretje

De tijd dat Lenn lekker in het zitje bleef zitten, ligt al ver achter ons. Daarna zat hij een tijdje ‘los’ in het karretje, maar hij wil nu alleen maar lopen. Het liefst met een klein karretje. Dat doet Nomi vaak, en nu wil hij het ook. En om nou te zeggen dat Nomi het wel mag en hij niet vind ik zielig, dus hij mag een klein karretje pakken.

Met dat karretje is Lenn vrij snel, en ik moet continu op blijven letten of hij nergens tegenaan botst. ‘Hier blijven Lenn’, ‘zachtjes Lenn’, ‘even wachten Lenn…’. Maar nee hoor, BAM, tegen mijn karretje. ‘Hahaha’, Lenn vindt het erg grappig.

O ja, de boodschappen

Terwijl ik Lenn in de gaten probeer te houden, probeer ik ook nog mijn boodschappen in mijn karretje te krijgen. Ik pak koekjes voor Nomi en Lenn en Lenn roept ‘Die! Mij!’. Het moet in zijn karretje. Prima.

Vervolgens pak ik aardappeltjes. ‘Die! Mij!’. Ook in Lenns karretje. ‘Nee! Die nee!’. De koekjes moeten er weer uit. Er mag namelijk altijd maar één ding in zijn karretje liggen. ‘Ook!’, en Lenn loopt naar het schap en pakt ook aardappeltjes. ‘Nee Lenn, één zakjes is genoeg.’ ‘Nee!’. Ik leg het terug en Lenn is boos. Hij gaat op de grond liggen. Ik loop verder, want meestal komt hij even later wel achter me aan. Even later roept hij ‘Mama!’ en hij komt weer naar me toe. Zonder karretje.

Lekker uitsloven

‘Lenn, haal je karretje maar even op.’ Dat doet hij, en ondertussen slooft hij zich flink uit voor andere mensen in de supermarkt. Hij laat zich vallen, gaat kruipen, gaat heel hard lachen… En als mensen om hem lachen, gaat hij er natuurlijk nog even mee door. Uiteindelijk komt hij naar me toe, met karretje. ‘Die, nee’. De aardappetjes moeten weer in mijn karretje.

dreumes

‘Die!’ Deze keer wil hij graag een komkommer in zijn karretje. We lopen verder en Lenn een pot met witte bonen. ‘Die!’ ‘Nee Lenn, die hebben we niet nodig.’ ‘Dieeee!’. ‘Nee.’ En Lenn ligt alweer op de grond. Ik loop verder en even later komt Lenn toch weer met me mee. Zonder karretje. ‘Lenn, haal je karretje maar even op’. ‘Nee.’ En hij doet het ook echt niet. Ik besluit hem zelf maar op te halen, maar Lenn wil er niet meer mee lopen.

‘Nee!’

Lenn ziet Matzes staan, je weet wel, van die paascrackers. Dat lijkt hem wel wat. Ze staan heel leuk opgestapeld en Lenn wil graag de onderste. Gelukkig ben ik net op tijd en blijft alles staan. ‘Die!’ Ik pak de bovenste, maar daar is Lenn het niet mee eens. ‘Nee! Die!’. ‘Kom Lenn, we gaan verder’. ‘Nee!’. Lenn blijft staan en wil nog steeds de onderste crackers hebben. ‘Kom Lenn, anders zet ik je in de kar’. ‘Nee.’

In het karretje

Ik pak hem op en ik zet hem in de kar. Ik loop met mijn eigen kar, Lenns karretje en ondertussen probeer ik Lenns benen weer terug in het karretje te krijgen, voordat hij eruit valt. Lenn krijst de hele winkel bij elkaar en mensen kijken me aan alsof ik iets vreselijks heb gedaan. Als Lenn doorheeft dat huilen niet werkt, stopt hij ermee. Hij probeert iets anders. ‘Uit! Uit!’. ‘Nee Lenn.’ Ik zie hem denken en vervolgens zegt hij heel schattig ‘hai’ tegen andere mensen in de winkel. Als hij contact heeft, vraagt hij ‘uit?’. Hij lacht lief, houdt zijn hoofdje een beetje scheef… En ik denk, ‘dat wordt nog wat als hij ouder is’.

Ik haal snel de rest van de boodschappen, maar het duurt niet lang totdat Lenn weer uit het karretje probeert te klimmen. Zijn koprol waarmee hij op de parkeerplaats belandde staat nog  in mijn geheugen gegrifd. Dat wil ik niet weer, dus ik probeer hem in het zitje te zetten. Hij begint te trappelen en te krijsen en ik geef het op. Oké, dan loop je maar.

Naar de kassa

En waarachtig, hij blijft bij me. Uiteindelijk (bijna 45 minuten later), komen we bij de kassa. ‘Uit! Uit!’. Lenn bedoelt in, maar zowel in, uit als aan noemt hij ‘uit’. Lekker verwarrend wel. Hij wil in het karretje om de boodschappen op de band te kunnen leggen. Ik leg snel alles wat breekbaar is zelf op de band, en Lenn doet de rest. ‘Hai’, zegt hij tegen de caissière. ‘Hai, wat ben jij een schatje!’. Lenn gaat lachen, maar hij is maar op één ding uit. ‘Die?’, vraagt hij poeslief terwijl hij naar de stokjes wijst.

‘Oh wil jij graag stokjes?’ ‘Ja.’ ‘Alsjeblieft!’ ‘Dank je.’ ‘Oh hij zegt ‘dank je’, wat schattig!’. Lenn weet precies wat hij moet doen en zeggen om zijn zin te krijgen, dus ‘dank je’ zat er al vrij snel in. Als ik betaald heb lopen we naar de auto, ik zet de boodschappen en Lenn erin en ik breng het karretje weg. Even een halve minuut niet op mijn dreumes letten, heerlijk!

Op de terugweg neem ik me voor om ‘s avonds of in het weekend de boodschappen te halen. Dat is toch wel een stuk makkelijk. Maar ach, boodschappen doen met Lenn is in ieder geval nooit saai!

8 gedachten over “Zo gaat boodschappen doen met een dreumes

  1. Carmen schreef:

    Briljant stukje. Ik moet eerlijk zeggen dat ik er niet zoveel van herken. Mijn zoon vond boodschappen doen altijd wel leuk en als ik hem iets gaf om vast te houden bleef hij wel gewoon in het karretje zitten. Ook nu (hij is bijna drie) accepteert hij het karretje gelukkig snel. In de meeste gevallen dan 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.